Jeroen van den Nieuwenhuizen

Een magazine is een iPad die stuk is. 

Webteksten voor jong vastgoedbedrijf

Vidès Transformatie & Ontwikkeling geeft bestaand vastgoed een nieuwe bestemming waar de maatschappij behoefte aan heeft. Zo wordt een Houtense kantoorvilla omgebouwd tot startersappartementen. In opdracht van Vides redigeerde ik de teksten voor de nieuwe website

Het komt goed, moet je denken

De zaallichten gaan uit. Het gemurmel verstomt. Cabaretier Erris van Ginkel komt op. ‘Ik weet meteen of de zaal er zin in heeft of niet. Het is een ongrijpbaar moment.’

Read More

Dit zult u mij niet meer horen zeggen

Het valt me op dat we best vaak zinnen gebruiken die anderen ook vaak gebruiken. “Het leven is één groot feest, je moet alleen wel zelf de slingers ophangen” is er zo één. “We zijn een calvinistisch kikkerlandje”, idem. “In Amerika ben je een held als je na een faillissement een doorstart maakt. Hier ben je een crimineel.”

Tegenwoordig durf ik steeds vaker de vraag te stellen: is dat wel zo? Zijn roodharige vrouwen hartstochtelijker in bed? Is de helft van de ganzen homoseksueel of ten minste biseksueel? Kan een eskimo echt vijftig verschillende woorden voor sneeuw noemen? Goed, dat je als eskimo van ‘natte sneeuw’ een apart woord maakt, daar kan ik me iets bij voorstellen. Eskimo’s lijken me geen praters, dus als je het in één woord kunt zeggen in plaats van twee, dan moet je dat als eskimo vooral doen. ‘Hevige sneeuw’, vooruit. “Sneeuw die blijft liggen” is al op het randje. Maar het houdt toch ook voor de eskimo ruim voor de vijftig op, mag je hopen, hoezeer ik ook erken dat een doorsnee-Inuit veel meer verstand van sneeuw heeft dan ik. En als we de Chinese Muur vanuit de ruimte kunnen zien, zoals regelmatig wordt beweerd, dan zou dit toch ook voor een willekeurige, even brede snelweg moeten gelden, zou je zeggen.

De mythe dat wij van oorsprong een calvinistisch land zijn, is ooit al eens fijntjes doorgeprikt door Maarten van Rossem. Calvinisten zijn in dit land nooit in de meerderheid geweest, het zou minder bezijden de waarheid zijn om onszelf een van oorsprong katholiek land te noemen. En onze “joods-christelijke cultuur die we moeten koesteren” wordt volgens mij ook zwaar overschat. Veel uitingen van onze cultuur, zoals de Gay Parade, de meubelboulevard op tweede Pinksterdag en naturisme, hebben weinig te maken met welke joodse of christelijke norm dan ook, als je de heilige geschriften erop naslaat.

In teksten zie je dit soort vaak gebruikte zinnen vaak direct aan het begin van het intro of de lead opduiken. “MVO/Twitter/Andries Knevel is hot”, lees je dan, vaak gevolgd door een zin die begint met “in toenemende mate…”. Tja, het is als de islamisering van Nederland: als je het maar vaak genoeg zegt, dan is het vanzelf een keer waar.

Ik heb besloten mij niet meer te bezondigen aan het gebruik van veelgebruikte zinnen als ik niet heel zeker weet dat wat ik zeg of schrijf ook echt klopt. Mij zul je dus niet meer horen zeggen dat de Brabantse man een Bourgondische inborst heeft en dat zijn vrouw van blouses met stripfiguren houdt, dat een onderzoeker liever drie dagen in het lab dan een halfuur achter de computer zit of dat de hele Arena tijdens thuiswedstrijden van Ajax vol zit met mkb’ers.

De enige veelgebruikte zin die ik blijf gebruiken is dat je van Jupiler hoofdpijn krijgt. Dat is gewoon een feit. 

Zoek de betekenis

Teksten bestaan uit twee soorten woorden. Eén: woorden met betekenis. Twee: lege woorden die weggelaten kunnen worden. Profvoetballers en – trainers zijn legewoordenexperts:

 “Nogmaals, we hebben als technische staf zijnde naar hem toe, en dan zeg ik erbij: gezien wat er gebeurd is, duidelijk aangegeven dat als je het hebt over je positief opstellen richting de groep toe er door hem duidelijk stappen kunnen en ook moeten, of eigenlijk al hadden moeten, worden gezet. Dat geef je dan ook duidelijk aan.”

Ook politici stapelen graag lege woorden. In tegenstelling tot voetbaltrainers doen ze dat expres, zeker als ze liever niet iets willen vertellen.

Read More

Slecht nieuws brengen: wat wil de ontvanger?

Als je slecht nieuws te brengen hebt, dan moet je volgens de boekjes ‘met de deur in huis vallen’. De ontvanger wil meteen duidelijkheid, zo luidt de heersende opvatting. Maar is dat wel zo?

Read More

Pitchen met medewerkers

Op Proflab een artikel van Redactieprofs-collega Marleen Kamminga.  Medewerkers zijn de ambassadeurs van je organisatie. Zij komen misschien wel dagelijks in contact met je doelgroepen. Daarom is het goed als zij kort, krachtig en aansprekend kunnen zeggen wat ze nu precies doen. Lijkt simpel, maar dat is het niet! Hoe kun je ze daarbij helpen?

De trap nemen is beter dan met de lift omhoog of omlaag. Ik weet het. Maar zolang ik in kantoorgebouwen nog steeds naar de trap moet zoeken en wél meteen de lift in kan stappen, blijft de makkelijke weg de default-optie. Tenzij het juist aantrekkelijk wordt om wél de trap te nemen… 

En? Kon u het een beetje vinden?

Deze posting is eerder verschenen op Proflab

“En? Kon u het een beetje vinden? Tja, we hebben uw tekst bekeken en eerlijk gezegd zijn we niet enthousiast. Dat u als tekstschrijver niet weet dat zinnen niet met ‘en’ behoren te beginnen. Doet u dit werk al lang?” Ik kreeg ooit de volle laag omdat ik het had gewaagd twee zinnen in een tekst van ruim duizend woorden met ‘en’ te beginnen. Toch zijn er goede redenen te bedenken om dat te doen.

Read More

Oude nieuwe media

In 1989 schafte ik voor mijn studie Communicatie het Handboek Public Relations & Voorlichting aan. Het was een lijvige bundel essays die onder redactie stond van Groenendijk, Hazekamp en Mastenbroek. Een belangrijk boek was het, de Bijbel van het Vak, zo benadrukte onze docent.

Read More